Ik kijk. Ik denk dat ik iets zie.

Maar je weet het niet zeker. Het is donker. Regelmatig vaart er iets voorbij. Misschien rijdt het. Je weet niet wat het is.

Je weet niet wat voor voertuigen het zijn of wat ze doen, of waarheen ze gaan. Nu eens van links naar rechts, dan weer de andere richting uit. Enkele ogenblikken lang lichten de contouren van hun omgeving op. Je ziet een brug. En een soort kade.

Een andere brug is zichtbaar in de verte, voorbij een brij nevel. Pas als je ogen aan de minimale schakeringen gewend zijn, zie je de autootjes rijden en groepen vogels overvliegen. De bomen op de rechteroever bewegen misschien heen en weer. Iets van enkele grijzere pixels groot loopt van rechts naar links de brug over. Het duurt minuten voor de man de overkant bereikt.

Ik zie. Ik denk iets te zullen zien.

Zoals voetballertjes die het veld oplopen, met fluorescerende shirtjes, elk een leren voetbal en kegels. De credits van een nieuwe televisieserie over de bewoners van een flatgebouw, en een onmiddellijke cut naar een van de appartementjes. Burenruzie, moord, romance. Je verwacht dat de camera zal bewegen, de omgeving aftast en tenslotte iets belangwekkends toont.

Maar het kader blijft onbewogen. Een drijvende mistflard of wiegende bomen bieden hoogstens de illusie dat je blikveld verschuift, maar de randen blijven in werkelijkeid onaangetast.

In een heuvelachtig landschap loopt een weg van de ene naar de andere kant van het scherm. Vrachtwagens en auto's rijden in en uit beeld. Soms stoppen ze. Plaspauze, platte band, benzine op? Wordt er een geheime lading afgeladen? De overvliegende vogels zien vast meer, maar de camera zoomt niet in. De minste variatie in het statische beeld zet je verbeelding op gang, maar krijgt toch niet meer aandacht dan wat al minutenlang te zien is.

Lichtjes in het flatgebouw floepen aan en uit, heel af en toe verschijnt er iemand voor het raam. Je weet het niet zeker. Verder gebeurt er niets.

Ik zie. Ik leer opnieuw kijken.

Je ziet telkens een beeld dat stilstaat en waarin af en toe iets beweegt. Er ontwikkelen zich parallelle lijnen: auto's onderaan het beeld volgen dezelfde weg als vogels bovenaan. Van links naar rechts, of omgekeerd. Lichtjes gaan aan en uit, en buiten wordt het donker. Auto's stoppen en rijden voort. Vogels vliegen over.

De camera zwenkt niet, schiet niet door de lucht. Het beeld stolt evenmin tot een foto of een schilderij. Nieuwe wetten stellen zich en overtreden die van video, fotografie of schilderkunst. Je wordt geherprogrammeerd. Je leert kijken naar wat je wel herkent, maar nog nooit zo bekeken had. Je denkt aan de eerste keer dat je in een vliegtuig zat, en naar beneden keek. Je wist dat het straten waren die je zag, rivieren, akkers. Maar je was gefascineerd, want je had ze nog nooit zo gezien.

Je kiest je standpunt niet. Net als het raampje van je vliegtuig of een bewakingsmonitor bepaalt de onwrikbare kadrering je gezichtsveld. Het is een standpunt waarachter geen verteller schuilgaat die je blik en interpretatie leidt: je kijkt zelf, zoekt naar aandachtspunten en openingen, ontwikkelt verwachtingen die op geen enkel moment gestuurd worden door nieuwe vormelijke of inhoudelijke ingrepen.

Precies dat komt bevreemdend over. De stoïcijnse verteller - helemaal afwezig is hij immers niet - doet niets meer dan een blik bieden op een nauwkeurig uitgezocht beeld, dat een welbepaalde periode bestrijkt. De afbakeningen in tijd en ruimte, niet voor niets twee van de meest belangrijke narratieve kapstokken, bouwt hij muurvast, maar daarbinnen zwijgt hij. Zodat je zelfs nooit met zekerheid te weten komt wat die precieze afbakeningen eigenlijk betekenen: waarom juist dit kader? Waarom niet wachten tot er nòg een auto voorbijrijdt, of tot we nog eens iemand voor het raampje in zijn flat zien verschijnen?

Niet alleen de passiviteit van de stille verteller fascineert, maar ook het non-verhaal zelf. In het artificiële, esthetische kader ervan verrast dat namelijk door haar banaliteit. Bewust is er gekozen voor thema's waarin snelheid, onverwachte intrusies, diversiteit of transformatie niet de minste rol spelen. Integendeel: elke video ademt herhaling en minimale variatie uit. De scènes weerspiegelen fragmenten uit dagelijkse toestanden, maar komen vreemd genoeg allesbehalve vetrouwd over. Hun repetitieve karakter en het geconstrueerde raam waarin ze getoond worden, maken ze eerder bezwerend, 'hypernormaal'. Alsof er achter het sporadisch lichtgeknipper of voorbijgerij en -gevlieg een mysterieuze waarheid zou schuilen waarnaar je als kijker het raden hebt.


Jeroen Versteele




(Jeroen Versteele (° 1980, BE) is a dramaturg of the Münchner Kammerspiele and writes about performing arts, film and new media.)