MENSEN HEBBEN OOK WORTELS


Beeldend kunstenares Erika Harrsch gebruikte ooit het jaarlijkse migratieparcours van de monarchvlinder om te spreken over het migratieproces van Noord-Amerikaanse burgers. De vlinder gaat namelijk van Centraal Mexico tot Zuid Canada en omgekeerd, afhankelijk van het seizoen. Op dezelfde manier verhuizen de mensen die het subcontinent bewonen naar het gebied waar er in een bepaalde periode toevallig betere leefomstandigheden te vinden zijn. Harrsch leek begrippen zoals country en border in vraag te stellen. Climax van haar werk was een meeneem fake reispas van de United States of North America. De cover was versierd met een monarch vlinder, verwerkt als trots wapenschild.

Pieter Geenen lijkt op een vergelijkbare manier begrippen als migratie, land, identiteit, nationalisme en kolonialisme te bevragen, deze keer met een tabaksplant als avatar van de mens. Daarvoor reist hij naar Canada, waar een groot aantal Vlamingen vooral tussen WOI en WOII en na WOII naartoe migreerden op zoek naar een betere toekomst. Ze hielden zich vast aan hun cultuur en gewoonten in het nieuwe vaderland en deden zo mogelijk niet mee aan internupcialiteit. Hun beroep: tabaksboeren.

Als symbool werkt de tabaksplant treffend. Niet alleen werden ze, zoals de migrant, getransplanteerd vanuit andere contreien: ze hebben wortels, net zoals de mens. Net zoals mensen worden ze gesorteerd in categorieën die vaker wel dan niet naar hun afkomst verwijzen (Jamaica Wrapper, White Stem Orinoco, Virginia 21, …). Daarvoor worden ze kunstmatig afgezonderd van de rest, van de grote plantage. Als we alle tabaksplanten samen zien, zouden we amper verschillen merken. Maar afgezonderd mogen we er wel een etiket op plakken, een etiket dat enkel ‘ons’ dient.

De titels van de werken - foto’s, video’s, installaties met tekst ­ worden er niet zoals gewoonlijk naast vermeld en ze zijn ook niet nodig, want de boodschap is duidelijk: een 6-tal geannoteerde foto’s  leggen een verband tussen deze koloniale onderneming in Canada en de koloniale onderneming in Congo; de voornamelijk Jamaicaanse veldwerkers herinneren ons dat die oude koloniale, op slavernij gebaseerde ondernemingen, vorm hebben gegeven aan de etnische machtsverhoudingen die onze wereld kenmerken; video’s exploreren de invloed van de volksverhuizing op het landschap, zij het de parking van een truck firma (Verspeeten Cartage, Driven to succeed!) of een achtergelaten velodroom. De link tussen het werk van Geenen en de exploratie van Carl De Keyzer in zijn Congo (Belge) wordt snel gelegd.

Verzonnen brieven tussen de mannelijke migranten en hun achtergelaten geliefden spreken de empathie van de toeschouwer aan. Dit dialoog, een epistolaire vertelling, maakt zichtbaar hoe emotionele banden de afstand overbruggen en toont de familiereünie als een herkenbare, menselijke nood, eerder dan een kwaadaardige dynamiek voor onze sociale zekerheid, zoals opportunisten het graag voorstellen.

What if I packed my bags and came over to start a life together?”, schrijft een toekomstige “proefbruid”, zoals we ze hier durven benoemen. En zo leven we even mee met de huidige migranten, dankzij de kracht van onze verbeelding. Een tentoonstelling speelt zich grotendeels af in onze verbeelding en daar slaagt This land is my land. This land is your land. ongetwijfeld in. Ze doet ons nadenken tot we een universum van ideeën en begrippen in ons hoofd hebben, met genoeg argumenten om ze allemaal in vraag te stellen.


  Pieter Geenen. This land is my land. This land is your land. Argos (Brussel), 04.10.2015 ­ 20.12.2015.


Orlando Verde