GAZE


De mens is een door tijd en ruimte gedetermineerd wezen. Niettegenstaande wij ruimte als vanzelfsprekend ervaren is een mentale voorstelling ervan niet zo voor de hand liggend. Het definiŽren van ruimte en het aftasten van haar grenzen, gebeurt vanuit een gevoel van menselijke beperktheid en een bewustzijn van onbereikbaarheid. Met de voorstelling van de vierde dimensie is het niet anders gesteld, in die mate zelfs, dat de mens het bestaan van tijd buiten zich in vraag stelt. De fascinatie voor tijd en ruimte is onweerlegbaar verbonden met het menselijke bestaan. Voor Pieter Geenen zijn ze ook thema voor zijn bewegende beelden. Vanuit een vast standpunt registreert een camera minutenlang een landschap, een appartementsblok of een waterweg. Het lijkt alsof er nauwelijks wat gebeurt, af en toe rijdt een minuscule wagen ergens doorheen het mistige landschap, flitsen lichten aan en uit in een wooncomplex of wordt het water opgezwiept door een nauwelijks zichtbare, passerende boot. De scheiding tussen beweging en onveranderlijkheid, tussen video en fotografie is hier dun. Het gevoel dat de getoonde beelden permanent drager zijn van verandering, dat er elk ogenblik wat kan gebeuren, was ook al aanwezig in zijn vroeger fotografisch werk. De dynamiek is veelal minimaal of door de belichting nauwelijks zichtbaar, waardoor spanning wordt gecreëerd. Pieter Geenen confronteert de toeschouwer niet louter met quasi verstilde beelden, hij biedt via geluid bijkomende informatie aan, die niet altijd zichtbaar is binnen het visuele kader. Het geraas van wagens in de verte, de loeiende sirenes eigen aan het grootstedelijke leven, de stampende motor van de voorbijschuivende boot bieden de toeschouwer de mogelijkheid het gepresenteerde in een ruimer kader te plaatsen. De mens zelf is nergens zichtbaar aanwezig, wordt voortdurend gesuggereerd. Voor Pieter Geenen is de wisselwerking tussen beeld en geluid een boeiend onderzoeksterrein. Er ontstaat het besef dat in de marge van elk geluid een beeld hoort en vice versa en er is de verwondering naar de interactie tussen beide.
De camera die onveranderlijk vanuit dezelfde positie beelden registreert, de summiere bewegingen en de geluiden, die soms slechts in de rand aanwezig zijn, zetten de toeschouwer ertoe aan het beeld imaginair aan te vullen. Dit bewustzijn is de aanzet voor sommigen om niet de landelijke en of stedelijke ruimte te poneren als het echte onderwerp, maar de toeschouwer, die de getoonde beelden in een mentaal kader vat.


Dan Holsbeek