VOORBIJ HET BEWEGEND BEELD: PIETER GEENEN


Beschikken beelden nog over een politiek potentieel? Het groeiend scepticisme over de kracht van het beeld in een cultuur die spektakel en transparantie verkiest boven engagement en complexiteit, kan niet worden ontkoppeld van het teloorgegane geloof in het causaal verband tussen perceptie en affectie, notie en actie. De zoektocht naar een vernieuwd vertrouwen impliceert dat precies die gemeenplaats moet worden ontkracht. Beelden geven immers geen wapens aan, maar vormen landschappen van het mogelijke: configuraties van wat gezien, gezegd en gedacht kan worden. De politieke inzet van elke beeldvoering bestaat in het wegleiden van de blik van wat we al ontelbare keren hebben gezien, van wat als 'nieuwswaardig' of 'krachtdadig' wordt beschouwd; de inzet bestaat in het bevragen van de zelfevidente manier waarop het 'reŽle' wordt gedefinieerd en gecommuniceerd.

Zo verkoos Pieter Geenen om de onwaardigheid van het Europese vluchtelingenbeleid niet in beeld te brengen als een dramatische opvoering van lijdende lichamen en schrijnende verhalen, maar als een nachtelijke opname van het eiland Lampedusa; een geluidloos tafereel van nauwelijks waarneembare lichtpulsen, geregistreerd door de lens van een statische infrarood camera. Aldus worden in 'nocturne (lampedusa - fort europa)' (2006) de vermoeide effecten van ontzetting en verontwaardiging uit de weg gegaan ten voordele van een discreter affect van opmerkzaamheid: de aandacht verscherpt, de ervaring vertraagt, de blik verruimt. Eenzelfde variatie van afstand en weerstand aan totale zichtbaarheid kenmerkt Geenens meest recente videowerk, 'pulsation' (2011), dat net als 'nostalgia' (2009) zinspeelt op de politieke onrust die reeds decennialang woekert op Cyprus. De video's bieden geen expliciete duiding van de historische achtergrond en de politieke gevoeligheden aangaande de lokale territoriale conflicten, maar zoeken naar een weerklank van de traumatische gebeurtenissen in de wonden en littekens die ze hebben geslagen in het landschap. Het zijn de beelden van spookdorpen, oorlogsmonumenten, en nationalistische inscripties die als unheimische objecten uit het landschap rijzen, die illustreren hoe politiek en esthetiek onlosmakelijk maar tegelijk niet dwingbaar met elkaar zijn verbonden. Beeld zonder afbeelding (in 'nocturne'), klank zonder beeld (in de 'nightscape'-serie), woorden zonder aanschijn (in 'relocation'): de politiek in het werk van Pieter Geenen bestaat niet als een radicale vorm van subversiviteit, maar in de confrontatie van verschillende zintuiglijke staten, in het uitdagen van de relaties tussen waarneming en betekenis, tussen het politieke en het esthetische.


Stoffel Debuysere